Opruimen.

Ik heb afgelopen maand februari flink opgeruimd. Februari wordt ook wel sprokkelmaand genoemd en dat heeft niets te maken met het werkwoord sprokkelen. Het woord sprokkelen is afgeleid van het Oudnederlandse woord ‘sprokeelen’ dat springen betekent. Dit slaat op het feit dat februari één keer in de vier jaar een dag verspringt. Zo heb ik dus mooi één dag extra gehad om te ruimen.

Samen met Lique, mijn onmisbare hulp in goede en slechte tijden. Ooit begonnen als stagiaire en blijven hangen als weekend- en vakantiehulp. Lique zegt dat ik met opruimen doelen moet stellen, niet van de hak op de tak. Terwijl ik, wanneer ik ergens langsloop, meteen word afgeleid en het liefst overal tegelijk bezig ben. Zo ben ik buiten en binnen (de ‘sund’ opslagloods) aan het opruimen. De loods waar ik spullen bewaar die nog zonde zijn om weg te knikkeren. Dat opruimen schiet natuurlijk voor geen meter op als ik bij elk onderdeel een verhaal te vertellen heb. Ook wel weer leuk omdat bijna de hele geschiedenis van het bedrijf ter sprake komt. Hier zal ik de volgende keer wel op terugkomen. Veel van deze voorraden heb ik nu te koop gezet. Blijkbaar heb ik zoveel voorraad dat sommige collega’s denken dat ik mijn stal aan het afbreken ben. Zo heb ik nog wat oude gresbakken (zeugentroggen) uit de oude dekstal bewaard. Niemand gebruikt die meer want nu worden alleen nog verhoogde troggen gebruikt om de ruimte efficiënt te benutten. Hoe vaak zal ik die al in mijn handen hebben gehad? Dus heb ik maar eens een paar puincontainers besteld. Een voor metaal en een voor afval. De afvalcontainer van 45 m3 komt zo langzaam maar zeker vol.

Ik heb zoveel voorraad dat sommige collega’s denken dat ik mijn stal afbreek

Net zoals de metaalcontainer vol komt met oude boxen, hekken en buizen. Maar ik heb nu ook al meegemaakt dat ik net een ding had weggegooid, dat al tien jaar opgeslagen lag, en dat ik de dag erna de vraag krijg van mijn zoon of ik dat ding nog heb. Da’s dan toch ook wel weer sund!
Ik heb ooit in de wei pallets met diverse materialen neergezet om ergens anders plek te maken. Ik dacht: gemakkelijk op pallets. Maar nu zijn de pallets allemaal verrot. Niet gek als ze al weer vijf jaar daar staan. Dit betekent dat als je ze probeert op te pakken alles omkiepert en ik alles weer opnieuw moet opstapelen. Onder zo’n rotte pallet schiet van alles weg. „Echt een familiebedrijf”, zei Lique, want familie mier en familie muis zijn hier volop in bedrijf.
Een van die besnorde familieleden kwam nog bij mijn residentie langs. Deze probeer ik nu in de val te lokken met pindakaas. Ik laat me de kaas niet van het brood eten natuurlijk. En muisjes op beschuit is in dit geval ook niet echt waar ik op zit te wachten. De overlast van ratten en muizen schijnt nu wel een probleem te worden; nu we geen gif meer mogen gebruiken. Op het platteland, maar vooral ook in de stad schijnt het de spuigaten uit te lopen. Nu worden zelfs gespecialiseerde jagers ingezet om op ratten te schieten. Volgens mijn mening een geheel verkeerde beslissing om geen gif meer te mogen gebruiken. Moeten we terug naar de middeleeuwen? Ratten en muizen dragen allerlei ziektes met zich mee en kunnen epidemieën veroorzaken. Om zelf gif te mogen gebruiken, heb ooit nog een cursus KBA gevolgd waar je nu dus ook geen zak vergif meer aan hebt. Behalve dan dat ik nu elk ongedierte aan de keutels kan herkennen en ik ze, dank zij Lique, ook nog eens doelgericht kan opruimen. Februari is te kort voor mijn nostalgische opruimdrift, zelfs ’versprokeeld’.

Deze column verscheen eerder in vakblad pigbusiness, editie maart.

Jan Vogels
Varkenshouder in Erp www.varkenshotel.com

Tekst: Jan Vogels

Beeld: Natasja Beverloo

Previous
Previous

Irritaties.

Next
Next

Geschikt of ongeschikt?